Opinion article by NIMD President Bernard Bot on democratic development and education in Afghanistan, published on 30 March 2009 in Dutch newspaper De Volkskrant.
Het opbouwen van een stabiel, democratisch Afghanistan is strategisch van centraal belang, en vergt een lange-termijn investering in scholing van jonge Afghanen, die het overgrote deel van de bevolking vormen.
door Benard Bot
Op 31 maart aanstaande zal een keur aan internationale hoogwaardigheidsbekleders naar Nederland komen om afspraken te maken over de toekomst van Afghanistan. Na onder andere conferenties in Bonn, Londen en Parijs, zal men zich nu in Den Haag buigen over ‘een alomvattende strategie in een regionale context’. De tijd is er rijp voor. Op 20 augustus kiezen Afghanen een nieuwe president en lokale bestuurders; een jaar later volgen de parlementsverkiezingen. In de VS is inmiddels een nieuwe regering aangetreden die ook in Afghanistan verandering wil. En Europa, de grootste donor van Afghanistan, vindt dat de uitdagingen waar het land na zeven jaar voor staat een ‘hernieuwd internationaal engagement’ nodig hebben.
Andere prioriteiten dus. Daar is alvast consensus over. En in zijn algemeenheid is die er ook over de aard van de veranderingen. Meer nadruk op de lange termijn, op wederopbouw, op een geheel van samenhangende maatregelen, en op het politieke proces. Wat dat laatste betreft, onderstreepte al in juni 2007 minister Van Middelkoop in NRC Handelsblad dat in Afghanistan het pleit niet met militaire middelen kan worden beslecht, maar dat het zinniger is om de randvoorwaarden voor het politieke proces te creëren. In een van de centrale documenten tijdens de conferentie, de Afghanistan National Development Strategy (ANDS), opgesteld door de Afghaanse regering zelf, wordt dat geconcretiseerd in een hoofddoelstelling: in het jaar 2020 moet Afghanistan zijn uitgegroeid tot een stabiele, Islamitische, constitutionele democratie. Dat is wellicht wat al te optimistisch, maar de gerenommeerde International Crisis Group (ICG) laat in haar jongste beleidsaanbevelingen (13 maart) een soortgelijke opvatting zien. Een succesvolle stabilisering van Afghanistan is uitsluitend mogelijk door het opbouwen van robuuste democratische instituties. De ICG windt er geen doekjes om: er is méér democratie nodig in Afghanistan, niet minder.
Een dergelijk streven lijkt perfect te passen in wat zowel de Afghanen zelf als de internationale gemeenschap willen, want het bouwen aan een stabiel, democratisch Afghanistan is alleen voorstelbaar als een langdurig proces dat consequenties heeft voor alle geledingen van de samenleving. Zo’n onderneming vereist ongelooflijk veel geduld en vastberadenheid, maar is niet zonder hoop. De vorige verkiezingen voor president en volksvertegenwoordiging zijn succesvol verlopen, waarbij de Afghanen hun nieuw verkregen kiesrecht geestdriftig uitoefenden. In de gegeven omstandigheden functioneert het huidige parlement redelijk, zij het met vallen en opstaan, en er zijn jonge democratische partijen en parlementaire groeperingen opgekomen, die althans proberen uit te stijgen boven de etnische tegenstellingen – een van de grootste gevaren voor een Afghaanse democratie. Anderzijds hebben we in Afghanistan te maken met wetten, zoals de kieswet en de wet op de politieke partijen, die een bloeiende democratie in de weg lijken te staan. Beide bewerkstelligen zowel fragmentatie van het politieke landschap als kwijnende politieke partijen. Bovendien lijken ze vooral de conservatieve krachten te versterken, getuige ook het feit dat het Afghaanse parlement op dit moment gedomineerd wordt door leden van een oudere generatie ‘politici’, deels voormalige krijgsheren, wier democratische geloofsbrieven zeker niet onbetwist zijn.
Dat zijn op zich al fenomenale uitdagingen, maar diepgaander nog, en moeilijker, is een noodzakelijke mentaliteitsverandering die ten grondslag moet liggen aan welke vorm van democratische opbouw dan ook. Decennia van met wapens uitgevochten politieke conflicten hebben Afghanen wantrouwig gemaakt ten aanzien van politiek in het algemeen, en democratie en politieke partijen in het bijzonder – hun enthousiaste participatie in de verkiezingen ten spijt. Na de verdrijving van de Taliban was bovendien niet alleen de materiële, maar ook de geestelijke infrastructuur verwoest. Scholing en systematische kennisoverdracht bestonden nauwelijks meer, met als gevolg wijdverbreid analfabetisme en intellectuele stagnatie. Dat is natuurlijk uitermate significant voor een bevolking waarvan zo’n 68% jonger is dan 25 jaar.
Tijdens mijn laatste bezoek aan Kaboel, als bestuursvoorzitter van het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie (NIMD), werd mij dan ook door Afghaanse bewindslieden als minister Spanta van Buitenlandse Zaken voorgehouden, dat organisaties als het NIMD zich zouden moeten richten op scholing voor juist die grote aantallen jonge Afghanen. Nu zijn die politiek gedesoriënteerd en zodoende een gemakkelijke prooi voor krachten die geen belang hebben bij een democratisch Afghanistan. Om dat tegen te gaan en tegelijkertijd een pool van jonge mensen te kweken die democratische functies kunnen vervullen, gingen de gedachten tijdens zulke consultaties steeds meer in de richting van een zich gestaag uitbreidend netwerk van democratiescholen: lokaal actieve, door Afghanen bestierde instituten voor politieke scholing van jongeren, die later politiek of bestuurlijk actief kunnen worden op basis van hun nieuw verworven kennis van de geleerde democratische waarden en politieke vaardigheden.
Het eerder genoemde centrale document ANDS geeft voor een dergelijke opzet veel aanknopingspunten, vooral in verband met het daarin behandelde Joint National Youth Program dat op dit moment door maar liefst acht Afghaanse ministeries en zeven instanties van de Verenigde Naties wordt voorbereid. Dat programma propageert nadrukkelijk scholing van Afghaanse jongeren in combinatie met het opbouwen en versterken van de Afghaanse democratie en goed bestuur. In termen van de wijze waarop tijdens de conferentie van volgende week de bakens zullen worden verzet, lijkt een dergelijke benadering van Afghanistans problematiek haast ideaal. De plannen liggen er in ieder geval. Nu is het aan de conferentie te besluiten hoe die zo snel mogelijk te implementeren.
Bernard Bot is voormalig minister van Buitenlandse Zaken en tegenwoordig ondermeer voorzitter van het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie (NIMD).