Opinion article by NIMD President Bernard Bot and NIMD Executive Director Roel von Meijenfeldt on Afghanistan, published on 19 December 2009 in Dutch newspaper NRC Handelsblad.
Met de aankondiging van president Obama om meer troepen naar Afghanistan te sturen is de aandacht in de Afghanistan-discussie bij korte termijn veiligheid komen te liggen.
Door Bernard Bot en Roel von Meijenfeldt
Meer troepen zijn inderdaad nodig om het land en de regio veiliger te maken en om internationaal terrorisme tegen te gaan. Maar duurzame stabiliteit kan alleen ontstaan als een grotere militaire aanwezigheid gepaard gaat met de versterking van de Afghaanse democratie.
Te vaak wordt de ondersteuning van veiligheid of democratie in het publieke debat als een keuze gepresenteerd. In werkelijkheid bestaat er geen alternatief voor democratisering in Afghanistan. Dat geldt allereerst vanuit het oogpunt van politieke legitimiteit. Uit opinieonderzoek van de Amerikaanse Asia Foundation bleek eind oktober dat 78 procent van de Afghaanse bevolking democratie nog altijd de meest wenselijke staatsvorm vindt. Het is niet aan het Westen om de Afghanen die wens te ontzeggen. Bovendien, als wij willen dat Afghanistan ook stabiliteit kan garanderen wanneer het Westen is vertrokken, is een politiek stelsel nodig waar de meerderheid van de bevolking achter kan staan.
Sinds de gemankeerde presidentsverkiezingen van afgelopen zomer pleiten sommige commentatoren voor afschaffing van de democratie ten gunste van tribale machtsstructuren. Helaas is bij dit pleidooi noch de Afghaanse bevolking, noch de internationale gemeenschap gebaat. Het alternatief voor democratisering is immers een permanent systeem van willekeur en manipulatie dat nu juist de afgelopen jaren voor frauduleuze verkiezingen, torenhoge corruptie en grootschalige opiumhandel heeft gezorgd. Enerzijds stellen dat geboefte in de Afghaanse regering tot instabiliteit heeft geleid en anderzijds de hegemonie van krijgsheren en stamoudsten als oplossing zien is dus in regelechte tegenspraak met elkaar.
Dat de democratie in Afghanistan de afgelopen jaren niet voldoende heeft gewerkt is niet door een teveel aan democratie, maar door de keuze voor louche deals en onder de tafel geritsel met warlords en stamoudsten. In plaats daarvan had het Westen zich moeten verzetten tegen de kieswet, die krijgsheren bevoordeelt en patronagenetwerken versterkt, en tegen de partijdige kiesraad. Dat had geen cent meer gekost maar wel de Afghanen in staat gesteld gebruik te maken van hun democratische rechten. Maar er is onvoldoende aandacht geweest voor het versterken van Afghaanse controleorganen en teveel geld en moeite gestoken in het kopen van loyaliteiten. Het zou de wereld op zijn kop zijn om nu op basis van de desastreuze resultaten van dat beleid de democratie af te schrijven en de steekpenningenpolitiek nog eens op te voeren.
Dat alles wil niet zeggen dat democratie in Afghanistan opgelegd moet worden, gesteld dat dit al zou kunnen. Net als elk ander land zal ook Afghanistan zijn eigen democratische regels moeten smeden. Iedere democratie is immers uniek. Het Westminster model werkt voor Groot Brittannië, terwijl aan de andere kant van het Kanaal cultuurhistorische ontwikkelingen tot compleet andere keuzes hebben geleid, zoals de voor Britten wezensvreemde praktijk van regeringscoalities. Dit soort maatschappelijke en historische kenmerken moeten ook in zogenaamde gesloten samenlevingen worden vertaald in eigen democratische regels en gebruiken.
De enige manier waarop Afghanistan op lange termijn de rechtsstaat kan laten werken is daarom door grotere deelname van de Afghaanse bevolking in het vormgeven van de democratie. Tijdens mijn laatste bezoek aan Kaboel, als bestuursvoorzitter van het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie (NIMD), maakten Afghanen mij duidelijk dat het Westen jongeren moet helpen bij het definiëren van hun eigen democratische waarden. Alleen Afghanen kunnen er immers voor zorgen dat vrede en stabiliteit ook op de lange termijn blijven bestaan. Wil de nieuwe Afghanistan strategie werken, dan zal democratieondersteuning de natuurlijke evenknie van militaire ondersteuning moeten worden.
Bernard Bot is voormalig minister van Buitenlandse Zaken en tegenwoordig ondermeer voorzitter van het NIMD. Roel von Meijenfeldt is algemeen directeur van het NIMD.