Netherlands Institute for Multiparty Democracy

News Article 

Democratieƫn helpen hun eigen weg te vinden

NIMD-voorzitter Bernard Bot.
08 July 2010
Silvia Rottenberg
NIMD

In dit interview, bespreekt NIMD-voorzitter Bernard Bot de rol en de relevantie van het werk van NIMD in de versterking van democratiëen. "Ontwikkelingssamenwerking werkt niet als het terechtkomt in de zakken van de heersende kliek. Daarom leggen we zoveel nadruk op verantwoording afleggen".

Hoe bent u betrokken geraakt bij NIMD?

Toen ik gevraagd werd om voorzitter te worden, had ik wel van de organisatie NIMD gehoord, maar wist niet meteen precies waar het voor stond. Na enkele gesprekken met mijn voorganger, dhr. Van Kemenade, en andere bestuursleden, dacht ik: “goed idee, dit doe ik zonder aarzeling.” Ik zie het als een eer om er voor gevraagd te zijn.


Had u al iets bijzonders met democratie en democratisering?


Door de vele jaren in het buitenland, zowel in buitenlandse dienst, en als minister, ben ik met zo veel regimes in aanraking gekomen, waar de democratie niet op orde is, dat je je realiseert dat de rechtsstaat, zoals die in Nederland bestaat, voorop behoort te staan. De rechtsstaat staat voor een vreedzame wereld; het betekent dat democratische processen in landen ordentelijk verloopt.


U heeft over het belang hiervan gesproken tijdens een redevoering aan de Humboldt Universiteit in Berlijn in 2004.


Ik had het er onder andere over Rousseau, en hoewel ik zijn gedachtegoed niet in al zijn aspecten ondersteun, sta ik wel achter de idee, dat mensen een stuk van hun rechten, van hun vrijheid afstaan aan hogere autoriteiten en dat die hogere autoriteiten dan verantwoording schuldig zijn. Juist die verantwoording ontbreekt in veel landen, zoals in Irak en op diverse plaatsen elders in de wereld, waar nog veel (semi) dictatoriale regimes zijn. Je weet gewoon dat de mensen daar meer zeggenschap zouden willen uitoefenen over hun eigen lot. Dat ze mee willen bepalen hoe hun land, hun regio of hun dorp bestuurd wordt. Dat is het wezen van democratie: je betrokken weten te voelen en een stem hebben.

De burger zou het gevoel moeten hebben, dat hij bestuurd wordt door iemand waar hij vertrouwen in heeft, die het beste met hem voor heeft. Dan kan hij zich er vervolgens naar schikken. Niet op een gedwongen wijze, zoals in Iran of in Myanmar, maar zoals hier of andere democratieën. En dan zijn er heleboel modellen denkbaar. Wat ik het knappe van NIMD vind, is dat in de landen waar wij aanwezig zijn, wij niet zomaar een Nederlands, Brits of Frans democratisch model opleggen, maar een platform bieden aan de mensen daar om zelf te bepalen hoe ze bestuurd willen worden.


U heeft het over mensen in het algemeen, maar in de landen, waar NIMD werkzaam is, werkt de organisatie voornamelijk met de politieke elite en andere politieke stromingen. Hoe ziet u dit in het licht van een breder democratiseringsproces?


NIMD werkt met de politieke elites om hen te bewegen te investeren in de ontwikkeling van democratisch bestuur. Politici van regeringspartijen worden aangemoedigd met de oppositie samen te werken en te reflecteren over verschillende modellen van democratie. Ook wordt er met de politieke top gedeeld dat het wezen van democratie is, dat verantwoording van politiek naar de burger noodzakelijk is. Dat verantwoording afleggen met zich meebrengt dat de noden van de bevolking behartigd dienen te worden.

Ik krijg deze vraag wel meer - het doel van werken met politieke elites is juist over te brengen, dat macht iets is, waar verantwoording over moet worden afgelegd, en dat je met de oppositie rekening moet houden. Je kan bijvoorbeeld niet, als je verkiezingen verloren hebt, aan het bewind blijven. Deze realisatie is een geleidelijk proces en gaat niet van een dag op de andere. Dat is denk ik ook het misverstand hier in Nederland. Het is geen brug of weg die we bouwen. Het is een proces van vallen en opstaan. We moeten geduld hebben. We kunnen niet in 4 jaar een systeem verandering tot stand brengen. Wel kunnen we er geleidelijk aan voor zorgen dat het een goede kant opgaat en dat het niet verder afglijdt naar een een-partijen systeem, waar de oppositie verder geen enkele kans meer krijgt.


Dit lijkt nu wel te gebeuren in een van de landen waar NIMD werkzaam is – Bolivia. De MAS van president Evo Morales heeft veel macht. Is er in een dergelijke politieke situatie dan nog wel een rol voor NIMD?


Als een partij alle macht heeft in een land dan is er iets fout. Er is geen land in de wereld dat ooit goed bestuurd is geweest door een partij die bijna alle macht heeft. Dat hebben we in Rusland en China gezien. Vandaag de dag zien we het in Myanmar. De MAS zou zich niet moeten oriënteren op methodes a la Fidel Castro of a la Chavez, die ook met de beste bedoelingen begonnen zijn met regeren, maar nu de facto ‘one party states’ leiden. Bolivia bevindt zich in een historisch overgangsproces in een land waar de meerderheid eeuwen lang door een minderheid is onderdrukt. Nu ze langs vreedzame democratische weg de meerderheid hebben verworven, dreigt het gevaar dat men alleenheerschappij nodig acht om verdere noodzakelijke hervormingen door te voeren. De Boliviaanse president is, dat weet ik, op zich geïnteresseerd in democratische processen, en wil ze ook graag doorvoeren, maar er is sprake van pressie uit zijn eigen partij en een felle oppositie, waardoor hij tot hardere mogelijkheden overgaat, die dan weer niet democratisch zijn. Ga je er dan mee kappen als NIMD? Nee, dan moet je juist doorgaan. De Bolivianen die ik tijdens de Partnershipdagen heb ontmoet bewijzen ook dat dit mogelijk is. Op deze conferentie was er zowel een vertegenwoordigster van de MAS, als iemand van PODEMOS. Het was heel bemoedigend om te zien hoe goed ze uiteindelijk met elkaar omgingen. Dat is alleen maar mogelijk als er een samenbindend orgaan is als NIMD.


Hoe kan NIMD dan democratie bewerkstelligen? Hoe is het werk te plaatsen binnen ontwikkelingssamenwerking?


Democratie is participatie van het volk, het betrekken van oppositie, het goed luisteren naar wat de mensen willen en hoe ze het willen. Het is niet aan ons hoe een land zijn maatschappij inricht. Wat belangrijk is, dat iedereen het recht heeft zijn mening te geven, zonder in de gevangenis te belanden of van zijn eigendommen te worden ontdaan. Dat zijn toch wel de maatregelen die genomen moeten worden. Ik denk dat het NIMD, door in ieder land onze partners te stimuleren te zoeken naar de meest geëigende formule voor het scheppen van een rechtsstaat en daarbij relevante informatie beschikbaar stelt, op die manier te karakteriseren is. Waar ik ook kom, iedereen staat eigenlijk verbaasd over aan de ene kant de eenvoud van de formule, en aan de andere kant, de inventiviteit en originaliteit van dat concept. Dat je gewoon zegt: democratie, mensen moeten het zelf doen, creëer een platform, betrek er lokale experts bij en ga met de politici om de tafel zitten om uit te leggen hoe democratische systemen werken en hoe ze zich eraan kunnen houden. Ik vind het een prachtig concept. En het werkt!

Verder kan ontwikkelingssamenwerking natuurlijk alleen maar goed landen, en kan er van duurzame ontwikkeling sprake zijn, als er een mate van rechtstaat aanwezig is en een zekere vorm van democratie. Dat zie je overal. Ontwikkelingssamenwerking gaat pas werken, als het niet in de zakken van de heersende kliek verdwijnt. Daarom leggen we ook zo veel nadruk op het afleggen van verantwoording.


U heeft het vooral over de rechtsstaat en gebruikt het woord democratie niet zo vaak.


Democratie is een verzamelwoord, maar wordt in het Zuiden nog te vaak vereenzelvigd met een westers systeem. En wij willen juist niet ons systeem opleggen. Dat is de kracht van NIMD.


U bent inmiddels 2,5 jaar voorzitter van NIMD – hoe heeft u deze 2,5 jaar ervaren?


Het bleek een veel zwaardere taak dan ik gedacht had. Dit kwam ook, omdat een half jaar na mijn aantreden, NIMD in zwaar weer terecht kwam. Dat heeft ongelofelijk veel tijd en inspanning gekost. We moesten én door functioneren én misverstanden uit de weg ruimen. Ofschoon ik me ervan bewust ben dat in de voorafgaande periode ‘foutjes’, want meer dan dat zou ik het niet willen noemen, begaan zijn en dat er onvolkomenheden waren in de communicatie, ben ik nog steeds van mening dat die ook weer niet zo zwaarwegend zijn dat de onderbreking van de normale werkzaamheden voor zo’n lange periode gerechtvaardigd was. Ik ken geen enkel andere instelling, en ik zit in het bestuur van 5 andere instellingen, die ooit aan zo’n rigoureus onderzoeksregime is onderworpen. We hebben onszelf binnenste buiten gekeerd. Iedereen kan zien dat we volstrekt volgens de wet en de regels handelen. Iedereen kan ook onze resultaten bekijken, die goed zijn en ook internationaal veel erkenning krijgen. En iedereen die ons onderzoekt komt ook tot deze conclusie. De meeste inspanning ging naar het zo snel mogelijk opheffen van die tijdelijke verlamming van activiteiten. Dat had ik graag anders gezien. Maar als je dan naar Kenia gaat [zie verslag verder in het magazine] en je ontmoet alle partners, dan weet je weer, dat wat we doen verdomd goed werk is. Als je die mensen hoort vertellen wat onze aanwezigheid in die landen tot stand heeft gebracht, dan kan je alleen maar enthousiast worden.


U bent erg positief over de ontmoetingen met partners. U bent ook in Indonesië geweest. Hoe was dat?


Op de partnershipdagen heb ik met iedereen gesproken. Ondanks tegenslagen, is er groeiend besef van het belang van democratie in ieder land. Ik vond dat inderdaad hartverwarmend. Van het bezoek aan Indonesië ben ik ook zeer enthousiast teruggekomen. Ik heb de [democratie] scholen daar in de praktijk zien functioneren.

Bij een van de scholen kwamen we op een zaterdagochtend aan. Mensen komen er heen op hun fiets of brommertje. Realiseer je wel: ze offeren een vrije dag op om naar school te gaan! Mannen en vrouwen hebben samen les. Er is daadwerkelijk sprake van een non-discriminatoir beleid – niet vanzelfsprekend in Indonesië. Ze worden op de school opgeleid tot hopelijk verantwoordelijke politici, die dan ondermeer dit non discriminatoire mee zullen dragen. De leraren waren ontzettend enthousiast en werkten met opdrachten, die op het bord werden geschreven. In teams van vier of vijf moesten de deelnemers deze uitwerken. Het werd een soort wedstrijd wie de beste oplossing voor het probleem had.


Wat voor issues werden er aangekaart dan?


Het ging eigenlijk om de basis van politiek werk: leren formuleren, een artikel schrijven, een conflict vreedzaam oplossen, presenteren voor televisie, het schrijven van een programma. Aspecten waar wij niet eens zo bij stil staan, waarvan we denken, ja, dat weten mensen wel, maar nee, dat weten ze dus niet, omdat de instrumenten van democratie nog niet zo lang beschikbaar zijn. En dat wordt geleerd op de democratiescholen en vervolgens uitgedragen en in de praktijk gebracht.


U spreekt er echt met veel passie over.


Ja, ik vind het een van de mooiste organisaties waar ik voorzitter mag zijn. Ik geloof heilig in de missie van NIMD.

Ik heb veel gezien in de wereld om van een ding zeker te zijn: dat in alle landen waar dictaturen heersen dat daar geen rechtsstaat is en geen economische groei. Dat zijn landen die langzaam verstikken. Ik heb dat heel sterk meegemaakt in mijn periode achter het IJzeren Gordijn. Ik was de eerste westerse diplomaat in Oost Duitsland en ik heb daar bijna 4 jaar gezeten. Dan ervaar je aan den lijve, wat zo’n systeem betekent. Wat dat voor een ellende creëert. Er zijn hele generaties verloren gegaan. Mensen hebben tussen 1950 en 1989 alle kansen aan hen voorbij moeten zien gaan, en de lol was praktisch uit hun leven verdwenen.


Heeft u dat dan zelf ook zo ervaren?


We hadden natuurlijk wel een wat gepriviligeerdere positie, maar we zaten ook in een klein flatje met Oost Duitsers in hetzelfde regime. Gelukkig konden mijn kinderen in West Berlijn naar school, maar er waren allerlei belemmeringen. We konden niet vrijuit spreken, zoals wij hier spreken. Dan ga je de straat op, maar ook daar loop je dan niet onder de bomen, omdat ook daar afluisterapparatuur zou kunnen hangen. Dus je wordt een schichtige haas, die altijd bang is om gepakt te worden, die niet eens meer voor zichzelf durft te denken. Want de buren zouden je wel eens kunnen verraden. Je ziet nu films uitkomen die hierover gaan, maar ik was daar dus echt in ondergedompeld. Nou weet ik pas wat vrijheid en democratie echt betekenen. Het is net als pijn. Als je geen pijn hebt, kan je je niet voorstellen wat pijn is, en als je pijn hebt, dan gaat alles verschrikkelijk slecht. Dat is net als met het gebrek aan vrijheid en democratie: als dat het geval is, knelt het enorm en als je leeft, zoals wij hier in Nederland leven, dan is het zoiets vanzelfsprekends, als het inademen van frisse lucht – je staat er niet eens bij stil. Maar je merkt het pas als het er niet meer is. Hoe beklemmend dat is. Hoe weinig je als burger kan, als je als vee gedwongen wordt in een bepaalde richting te lopen. Als je niet mag bepalen waar je woont, hoeveel je eet, waar je kinderen naar school gaan, waar en wat je voor werk doet, waar en wanneer je op vakantie mag, wat je leest, wat je op televisie kan zien en ga zo maar door. Ik denk dat het gebrek aan geestelijke vrijheid vaak nog erger is dan de levensomstandigheid. De mens verdraagt veel, maar die geestelijke beperking is echt vreselijk.
Daarom moet NIMD ertoe bijdragen dat mensen die vrijheid krijgen en kunnen houden.


Hoe ziet u de toekomst van NIMD?


Ik ben natuurlijk ambitieus. De Denen, Belgen en Canadezen, overal is men enthousiast over dit concept en wordt het gezien als echt een hele goede manier om de democratie en de rechtsstaat te bevorderen. Wat ik graag zou zien is niet om alleen te consolideren waar we mee bezig zijn, maar dat we ook de gelegenheid krijgen om dat voorzichtig uit te breiden, omdat ik merk hoeveel landen het ontzettend zouden waarderen als wij daar aanwezig zouden zijn: verzoeken van de Oekraïne tot Macedonië en van Burundi tot Afghanistan komen binnen.


De verzoeken komen vaak via ambassades binnen. Kunnen zij het werk van NIMD niet doen?


Nee, ambassades kunnen dat niet, want die zijn van de Nederlandse regering en NIMD is dat niet. Ambassades zouden al snel beschuldigd worden van inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Wat wij daar opzetten is van de landen zelf. NIMD is een organisatie die onpartijdig in het land staat. Wij zijn van de partijen voor de partijen en niet van en voor de regering. En de partijen hebben nooit gezegd dat we via een bepaald concept moeten opereren. Wij creëren een platform en bemoeien ons niet met de uitvoering. Dan is daar in Kenia bijvoorbeeld een Njeri Kabeberi, die niet als iemand van NIMD gezien wordt, maar als iemand van het land, en de partijen bij elkaar weet te brengen .


Heeft u Njeri Kabeberi ontmoet?


Ja, zij is een indrukwekkende vrouw. Ze heeft een innerlijke overtuiging dat wat wij doen nodig is en doorgezet moet worden. Ze krijgt er erkenning en waardering voor, maar had het ook zonder gedaan. Ja, dat is de spirit.


Ziet u het werk van NIMD wel als een vorm van diplomatie, passend bij uw loopbaan en expertise?


NIMD bedrijft belangeloze diplomatie. We dragen een bepaald concept over de ontwikkeling en ondersteuning van democratie uit en dragen zo bij aan een meer vreedzame wereld. Dat moeten we hoog in het vaandel houden. Het is geen diplomatie in de zin dat we Nederlandse handelsbelangen bevorderen of specifieke groepen Nederlanders in het buitenland ondersteunen, maar we willen mensen helpen hun eigen weg te vinden. Dat doen we op een hele unieke manier. Laten we dat voort kunnen zetten. Dat zou mijn grote wens zijn.